Werkgeluk of werkgelul? Slechts 1 letter verschil …

Hoe dikwijls is het ons al niet voorgekomen: het typen van werkgelul in plaats van werkgeluk. Het scheelt slechts één letter, en het feit dat de letter L vlak naast de letter K op het toetsenbord staat, helpt ook niet. Het scheelt dus niet veel of ons pleidooi over werkgeluk mondt uit in werkgelul. En zo ver van de realiteit ligt dat niet.

Acties rond werkgeluk vergen een doordachte aanpak en moeten goed landen in een organisatie om positieve impact en duurzaam effect te hebben. Als acties rond werkgeluk slechts bij woorden blijven, geen concrete vertaling in een schoolorganisatie krijgen of onvoldoende zijn afgestemd op de realiteit, worden ze al snel gepercipieerd als puur werkgelul.

Dus, hoe pak je dat nu goed aan? Dat start bij een goede benadering van werkgeluk in combinatie met inzicht in impact.


Wat betekent werkgeluk nu écht?

Er is niemand die de wenkbrauwen fronst bij het begrip werkgeluk. Anders dan bij begrippen zoals flow, is werkgeluk vrij toegankelijk. Iedereen kan zich er iets bij voorstellen en het is een term die bij de meeste mensen tot de verbeelding spreekt (Scholtes, 2020).  Misschien laat het nog steeds teveel aan de verbeelding over, of verlies je jezelf erin? Werkgeluk wordt snel in de mond genomen, maar wat betekent het nu écht? Dat is niet eenvoudig in woorden uit te drukken, waardoor het snel als iets hol of clichématig kan klinken. Er bestaat geen duidelijke definitie (noch universeel begrip) of concrete invulling van werkgeluk, wat ook blijkt uit de verschillende uiteenlopende modellen in de literatuur of HR-consultancy wereld[1]. Grip krijgen op het begrip blijkt een uitdaging.


Belang van concretisering en realiteitszin

Werkgeluk wordt soms onterecht synoniem gesteld aan werkplezier. Hoewel werkplezier zeker meespeelt in de ervaring van werkgeluk (ook één van de pijlers is in het kompas van werkgeluk), omvat werkgeluk ook andere aspecten en is het belangrijk realistisch te blijven. Zo kan de ervaring van werkgeluk wisselen, afhankelijk van de eigen gemoedstoestand of de omgeving. De ene dag is de andere niet; het ene lesuur is het andere niet. Net als eb en vloed gaat het lerarenberoep gepaard met periodes van werkgeluk en werkstress.

Lesgeven is zeker geen ritje met een plezierboot. Dat verwachten zou niet realistisch zijn, waarbij je wel eens van een kale reis zou teruggekomen. Een té grote focus op werkgeluk zonder voldoende concretisering kan zelfs een negatief effect hebben en onbedoeld tot werkstress leiden. Het blijft dan een ideaal dat moeilijk te grijpen is, waarbij téveel reflectie of een obsessieve focus niet tot werkgeluk maar juist tot werkongeluk kan leiden.

Het is belangrijk om het gevoel van geluk op of door het werk voldoende in perspectief te plaatsen, waarbij het gaat om een duurzame ervaring en de balans over het algemeen positief uitvalt. In het boek ‘Geluk vinden zonder het te zoeken’ adviseert gezondheidseconoom Lieven Annemans het advies om niet té hard te willen zoeken naar (werk-)geluk, omdat je het dan net niet zult vinden.

Dit is een belangrijk argument om rekening te houden in communicatie over werkgeluk. In plaats van werkgeluk als doelstelling naar voren te schuiven, is het belangrijk om te spreken over de pijlers van werkgeluk, zoals het streven naar een gevoel van verbinding en goede relaties op het werk, zin en betekenis. Dit geeft het begrip een concrete invulling en koppelt het aan ervaringen (bv. van autonomie, betrokkenheid of erkenning omdat een leerling een complimentje gegeven heeft). Daarnaast is het belangrijk niet voorbij te gaan aan de uitdagingen van het lerarenberoep en het af te stemmen op de specifieke context van de school.


Belang van organisatiebewustzijn en een geïntegreerde aanpak

Geen landschap is zo versnipperd als het onderwijslandschap. De ene school is de andere niet. Als schoolleider vergt het een goed organisatiebewustzijn en aanvoelen in welke mate en op welke manier (via welke interventies en communicatiestrategieen) op het thema werkgeluk kan worden ingezet. Scholen die kampen met grote uitdagingen (bv. veel zorgprofielen, spijbel- en drugsproblematiek, veel uitval of een recente wissel van directie) hebben niet altijd de mentale ruimte of een stabiele (veilige) basis om op werkgeluk in te zetten. De slinger riskeert dan de verkeerde kant op te slaan, waarbij initiatieven rond werkgeluk niet landen bij leerkrachten of onvoldoende doordringen.

De relatie leerkracht-leerling maakt het thema werkgeluk in het onderwijs complexer dan in andere organisaties. Het werkgeluk van leerkrachten dreigt bijgevolg slachtoffer te worden van het helaas dalende mentaal welzijn bij jongeren. Bij het aankondigen dat de school zou inzetten op werkgeluk koppelde een leerkracht bedenkelijk het volgende terug: “het welbevinden van leerkrachten? Ons rugzakje is niet zo zwaar als dat van sommige leerlingen. Dat wil je niet weten”. Hiermee veegde ze het thema als het ware onder de mat en cijferde ze tegelijkertijd haar eigen welbevinden weg, ondanks de ongetwijfeld hoge nood.

Inzetten op werkgeluk wordt steevast geassocieerd met een positieve invloed, maar het is belangrijk om vooraf stil te staan bij mogelijke onbedoelde negatieve effecten. Ondanks goede intenties draait impact niet altijd gunstig uit. Zo kan een actieplan dat uitsluitend gericht is op leerkrachten en niet ingaat op omgevingsinterventies of structurele verandering, frustratie en weerstand oproepen. Wat te doen in een schoolcontext waar de visie niet authentiek uitgedragen wordt door directie of onvoldoende inspanningen geleverd worden voor een goede en positieve teamwerking of te weinig autonomie wordt verschaft naar lesinvulling of creatieve mogelijkheden in de klas?

Deze voorbeelden maken duidelijk dat werkgeluk een zorgvuldige aanpak en organisatiebewustzijn vraagt om acties te implementeren die goed landen bij onderwijsmedewerkers. Dat vergt tijd, wat zeker ingecalculeerd moet worden in communicatie rond het thema. Het uitblijven van acties na het aankondigen dat er op het thema zal worden ingezet, kan eveneens een ongewenst negatief effect hebben.


Belang van actie

De Finse professor Ilmarinen (2019), grondlegger van duurzame inzetbaarheid, spreekt in dat verband over de ‘knowing-doing gap’. Hiermee duidt hij op het feit dat het verwerven van kennis in werkgeluk, wat in een schoolcontext goed of minder bevorderlijk is, en wat de problemen zijn, veel eenvoudiger is dan deze kennis omzetten in actie. Dat is een ander paar mouwen en complex. Hoe meer tijd hierover gaat, hoe groter het risico op frustratie bij medewerkers, namelijk dat ondanks een bevraging er (terug) niets in huis komt van positieve verandering. Dit omdat de actiefase te weinig prioriteit krijgt en onder de werkdruk een stille dood dreigt te sterven.

Niet zelden ontstaan er in scholen heel wat initiatieven van bottom-up van werkgroepen die vanuit goede intenties willen inzetten op werkgeluk en welzijn, maar hiervoor niet ingeschaald worden waardoor het enkel on top van hun werk komt, het niet haalbaar is en beperkt blijft tot enkele losse acties terwijl structurele veranderingen uitblijven.

 

“Elke week maken we een uurtje vrij om samen te komen met het welzijnsteam, puur vanuit een een persoonlijk engagement. De directie is ons erg dankbaar, want iedereen voelt zich al overbelast door de werkdruk. Initiatieven als deze komen er nog eens bovenop. Ik vrees er dus voor of dit gaan kunnen blijven doen.”

 

Ilmarinen pleit voor meer aandacht voor de actiefase, waarbij een interne stuurgroep moet worden samengesteld met betrokkenen op diverse niveaus van een organisatie en een plan wordt uitgewerkt, bij voorkeur onder begeleiding van een neutrale kennispartner. Dit bracht Kapitein Werkgeluk tot de ontwikkeling van de navigatieworkshop ‘hoe te navigeren naar meer werkgeluk’. Deze workshop helpt scholen om een haalbaar en holistisch plan van aanpak uit te werken, dat rekening houdt met het belang van een duidelijke schoolvisie, schoolleiderschap en structurele wijzigingen op organisatieniveau.

Wil jij als school in beleid en schoolwerking graag verder aan de slag met het thema werkgeluk? Boek dan onze navigatieworkshop die jou verder op weg helpt naar een concreet en geïntegreerd actieplan rond werkgeluk.

 

Referenties 

Ilmarinen J. From Work Ability Research to Implementation. Int J Environ Res Public Health. 2019 Aug 12;16(16):2882. doi: 10.3390/ijerph16162882. PMID: 31409037; PMCID: PMC6720430.

Scholtes, N. (2020). Werkgeluk & bevlogenheid. Handboek werkgeluk. Boom Psychologie. Beschikbaar op https://www.boompsychologie.nl/media/24/werkgeluk_en_bevlogenheid.pdf


[1] Verschillende modellen en bouwstenen van werkgeluk werden met elkaar vergeleken, op basis waarvan Kapitein Werkgeluk een holistisch model ontwikkeld heeft, zie kompas van werkgeluk.

Verslag geschreven door projectmedewerkers Laura De Blaere en Sarah Daniels - © 2024 Kapitein Werkgeluk - Howest

Previous
Previous

Werkgeluk: een speld in een hooiberg?

Next
Next

Alle dagen carnaval