Drijfvermogen: een nieuw HR-concept in het werken aan duurzaam werkgeluk
Tijdens onze workshops komt naar voor hoe cruciaal de vaardigheden loslaten en begrenzen zijn in het werkgeluk van leerkrachten. Geen eenvoudige opgave, zeker niet voor leerkrachten die erg bevlogen en/of betrokken zijn. Dit openlijk delen en hier steun in zoeken blijkt niet evident. Onderzoek en literatuur tonen aan dat een veilige omkadering en gemeenschappelijke taal hieraan kunnen bijdragen, met aanzet tot meer begrip en concrete actie; words create worlds. Met de introductie van het nieuw HR-begrip ‘drijfvermogen’ willen we scholen een nieuwe en neutrale term aanreiken om hieraan tegemoet te komen. Duurzaam werkgeluk heeft drijfvermogen nodig en maak het zo iets dat ons allemaal zou moeten boeien …
Drijfvermogen (het; o)
Beschermingsmechanisme; buffer- en herstelfunctie met gedeelde verantwoordelijkheid
Vermogen om bewust alles even te laten zijn, los te laten en te begrenzen
Toestand van mentale/fysieke rust, van nieuwe energie krijgen om op drijfveer te gaan, met een invulling die van individu tot individu verschilt
Drijfvermogen als beschermingsmechanisme
Drijfvermogen raakt aan de kunst om even stil te staan, ruimte te gunnen om te vertragen, te herstellen en een goede balans (tussen geven en nemen) in te bouwen. Het is een beschermingsmechanisme dat ervoor zorgt dat je mentaal en fysiek de nodige voedingsbodem biedt om terug op drijfveer te kunnen gaan. Het is soms kwestie van even in je boei te kunnen kruipen of een ander tijdig een boei toe te werpen. Hoe(lang) je op drijfvermogen gaat varieert afhankelijk van situatie en persoon. Naast het vermogen om zelf op drijfvermogen te gaan, kan drijfvermogen ook iets zijn dat wordt aangereikt of ondersteund wordt door je omgeving.. Dat maakt drijfvermogen tot iets gedeeld, als iets wat je jezelf gunt maar ook een ander. In een wereld waar alles steeds vooruit en sneller moet gaan, “druk druk druk” een statussymbool is, is op drijfvermogen gaan een sociale uitdaging. Onder het motto ‘het mag al eens schuren’ willen we met het nieuwe begrip ‘drijfvermogen’ de vinger op de wonde leggen en het dialoog openen. Soms is het nodig te vertragen om vooruit te gaan. Periodes van energie, drijfveer en bevlogenheid hebben nood aan drijfvermogen om duurzaam houdbaar te zijn, volgens het eb- en vloedprincipe. Als leerkracht ben je geen Poseidon. Het ideaal om zich als leerkracht dag en nacht te willen smijten en beschikbaar te zijn voor iedereen, is niet realistisch (Dehandschutter, 2017). Drijfvermogen kan helpen in het vinden van meer evenwicht.
“Ik zit in mijn boei, ik ga even op drijfvermogen.”
Drijfvermogen-momenten
Doorgaans situeren drijfvermogen-momenten zich in de privésfeer; yoga, muziek luisteren, wandelen in de natuur, suppen, … waar ook, los van activiteiten, de sociale omgeving op zich al rust en geborgenheid biedt. Maar ook in de werksfeer hebben we baat bij drijfvermogen-momenten, het is dan ook een collectieve oefening om het bewust meer binnen te brengen. Denk aan een warme koffiebabbel, gedeelde afspraken rond mailverkeer en Smartschool gebruik, momenten van werkplezier, wandelpauzes (in de natuur), kunnen gebruik maken van rust- en stille ruimtes, … Het is duidelijk dat deze introductie in de werksfeer ook steunt op de heersende cultuur; goedkeuring vanuit leiderschap en mildheid en begrip bij collega’s onderling. Daarnaast is het ook afhankelijk van het aanwezig zijn van voldoende bufferruimte op vlak van dagelijkse werking en de structurele en ruimtelijke omkadering.
Drijfveer, veerkracht en flow
Drijfvermogen is complementair aan andere bestaande HR-concepten zoals ‘drijfveer’, ‘flow’ en ‘veerkracht’. Met onderstaande verschillen:
Drijfveer wijst op je persoonlijke motivatie, willen en streven (waarom je iets wel of niet doet), wat ook raakt aan de pijlers van werkgeluk. Drijfveer verwijst naar de symboliek van een veer die onder spanning wordt gezet en energie levert. Bij drijfvermogen gaat het meer om energie nemen en ontspannen.
Veerkracht gaat over het vermogen om snel terug te veren na tegenslag, terug in je kracht te staan en meteen in te zetten. Drijfvermogen richt zich op de mogelijkheid om even op je nullijn, je setpoint te blijven en op positieven te komen.
Flow duidt op het volledig opgaan in een activiteit, zonder besef van tijd, terwijl drijfvermogen net wijst op het belang van bewust tijdig los te komen.
Waarschuwing: lange periodes van drijfvermogen zijn een signaal voor de omgeving en het individu om extra stil te staan bij de pijlers en drijfveren van werkgeluk. Wordt hieraan voorbijgegaan bestaat het risico van louter door te gaan op veerkracht, wat op lange termijn een uitputtingsslag is (bewust/onbewust).
De werking van drijfvermogen
De werking van drijfvermogen sluit aan bij het ‘affective labeling’: het benoemen van gevoel(ens) draagt onmiddellijk bij aan meer rust en meer grip op een situatie. Het is een emotionele regulatiestrategie. De term ‘drijfvermogen’ kan in dat opzicht fungeren als signaal van steun, erkenning of bevestiging als ventiel om het even rustiger aan te pakken (Torre & Lieberman, 2018). In de literatuur wordt ook gesproken over ‘linguïstische relativiteit’ (Sapir-Whorf-hypothese): het feit dat je iets kan benoemen, helpt om de eigen ervaring beter te kaderen en begrijpen. Daarom een pleidooi om het begrip drijfvermogen te introduceren in de ‘werkwoordenschat’. Dit zal helpen er sneller naar te grijpen op momenten die erom vragen. Het benoemen ervan kan een cultuurwijziging in gang helpen zetten of een organisatie doen zoeken naar meer structurele oplossingen. Een organisatie kan pas écht investeren in veerkracht en inzetten op drijfveren als er ook aandacht is voor drijfvermogen en er een cultuur is waarin medewerkers het kunnen/mogen veroorloven om even in de boei te kruipen, zonder dat de algemene werking in gedrang komt.
“Op een onstuimige zee zal je drijfcapaciteit extra uitgedaagd worden …”
Durf jezelf als schoolorganisatie volgende vragen stellen :
-In hoeverre kunnen/mogen leerkrachten op drijfvermogen gaan?
-Op welke manier gaan leerkrachten op drijfvermogen?
-Waaraan merk je dat leerkrachten voldoende in drijfvermogen gaan? En wanneer onvoldoende?
-Welke drijfhulpmiddelen zetten jullie in vanuit beleid (afspraken, werking, cultuur, …)?
-Welke drijfhulpmiddelen kunnen meer en/of efficiënter ingezet worden?
HR-expert Katelijn Nijsmans over drijfvermogen
We duiken even in de neuropsychologie van drijfvermogen en gaan luisteren bij Katelijn Nijsmans, neuropsycholoog en als CEO van How’s work ook trekker van werkgeluk. Katelijn geeft aan hoe concepten zoals drijfvermogen een belangrijke rol spelen in het slim verdelen van energie en het vinden van een goede balans, een proces dat Katelijn “body budgeting” noemt.
Ze gebruikt hiervoor de metafoor van accountancy (kracht van beeldspraak ;)). Net zoals een boekhouder die staat maakt van de financiële gezondheidstoestand, met plannen voor verwachte uitgaven en inkomsten, zijn het in ons lichaam onze hersenen die de rekening maken en de balans opmaken. Elke keer je (werk)druk ervaart, gaat weer wat geld van je rekening. Het is dus slim om spaarzaam te zijn.
Door voldoende op drijfvermogen te gaan, bouw je reserves op. Doe je dat niet, dan riskeert je “energierekening” leeg te lopen, waarbij de kosten zich opstapelen en je in het rood dreigt te gaan. Je kan wel al eens op je spaarrekening teren, maar je lichaam ondervindt daar wel negatieve effect van. Wanneer je dan tot rust gedwongen wordt en alle stressreacties vallen eindelijk weg, kan je last krijgen van vrijetijdsziekte.
Lange termijngevolgen zijn er wanneer stress chronisch wordt en je permanent in een actiefase (fase van continu geven en inspanning) of ‘waaktoestand’ blijft: een, kortom uitdaging voor leerkrachten die “als een vis in een bokaal”, zoals Laura Thomas en Ruben Vanderlinde (2024) het omschrijven, sterk zichtbaar zijn, en niet even in alle anonimiteit kunnen wegduiken.
“Op drijfvermogen gaan, vult de spaarrekening weer aan. Het is dus slim om wat opzij te zetten, zodat je voorzien bent op allerlei (onverwachte) druk en niet continu op krediet leeft”
Gebaseerd op de duiding door Nijsmans, kan drijfvermogen gelijk worden gesteld als het onder de arm nemen van een goede accountant, die kan helpen de kosten en energiebalans goed te beheren. Wel met aanvulling dat naast een vorm van individuele body budgeting, drijfvermogen ook gaat om een strategische vorm van organizational budgeting, waarbij ook de organisatie waakzaam moet blijven en bijdragen aan een goed evenwicht.
Referenties:
Dehandschutter, J. (2017). Zo blijf je een sterke leerkracht. Acco Leuven
Torre, J. B., & Lieberman, M. D. (2018). Putting Feelings Into Words: Affect Labeling as Implicit Emotion Regulation. Emotion Review, 10(2), 116-124. https://doi.org/10.1177/1754073917742706
Konijnenburg, J. Werken in het onderwijs: Literatuuronderzoek. TVBV 13, 160–163 (2005). https://doi.org/10.1007/BF03074182
Verslag geschreven door projectmedewerkers Laura De Blaere en Sarah Daniels - © 2024 Kapitein Werkgeluk - Howest